Dit deel van de website is gevuld met informatie uit de periode van het convenant. De informatie is opgenomen als naslagwerk, en functioneert derhalve als archief.

Opgelet: de informatie in dit deel van de site wordt vanwege deze archieffunctie niet geactualiseerd bij wijzigende wetgeving!

 

Historie

Inleiding

Een sleutelrol als het gaat om arbo in de podiumkunsten is van 1994 tot 2001 gespeeld door de Commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn in het Theater (VGWT). Sinds 1994 is deze ‘club vrijwilligers’ de drijvende kracht achter de ontwikkeling van arbozorg in de sector. Om een meer structurele arbozorg mogelijk te maken heeft de Commissie zich in 2001 getransformeerd tot de Stichting ArboPodium. ArboPodium heeft op 15 mei 2002 met de overheid een arboconvenant afgesloten (Arboconvenant Podiumkunsten) met heldere afspraken over de arbodoelstellingen voor de komende jaren. Een nieuwe fase van verbreding, verdieping en professionalisering van arbozorg is daarmee begonnen.

De Commissie VGWT

De Commissie VGWT werd opgericht in 1994 als reactie op het van kracht worden van de Arbowet per 1 januari van dat jaar. Sindsdien heeft de Commissie een steeds bredere basis verworven in de sector. In de Commissie zaten vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en brancheorganisaties uit de deelsectoren dans, muziek, opera, toneel, pop- en jazzpodia, theater- en concertzalen. De lijst van aangesloten koepelorganisaties vindt u onder Service/Koepelorganisaties.

Dit unieke samenwerkingsverband heeft ervoor gezorgd dat veel arbozaken sectorbreed werden (en nog steeds worden) aangepakt. De leden die namens de organisaties in de Commissie zitting hadden, hadden mandaat van hun achterban. Dat was indertijd ook een uitdrukkelijke voorwaarde van de Arbeidsinspectie om de Commissie als aanspreekpunt van de sector te accepteren. Intensief contact met de Arbeidsinspectie is een belangrijke functie geweest van de Commissie VGWT.
Daardoor kon de Inspectie naar de sector als geheel kijken zonder individuele organisaties keihard af te rekenen op algemene tekortkomingen. De sector heeft veel speelruimte gekregen om zelf met oplossingen te komen.

Wakker maken

De periode van 1994 tot 1997 was er één van het ‘wakker maken’ van de sector en het scheppen van basisvoorwaarden. Eerst en vooral moest de sector bewust gemaakt worden dat Arbowetgeving ook in de podiumkunsten nageleefd moet worden.
Een mijlpaal was het symposium ‘Hoezo Arbo?’ in december 1995. Na een enquête in 1995 was duidelijk geworden dat onder de leden van de koepelorganisaties zelfs een begin van arbobeleid nog nauwelijks aanwezig was. Het symposium maakte een einde aan veel onwetendheid en onduidelijkheid.
Daarna rees direct de vraag: wat betekent dat concreet, en hoe doen we dat? Het in samenwerking met ArboUnie ontwikkelde Handboek Arbo- en Verzuimbeleid voor organisaties in de podiumkunsten (1997) gaf antwoord op die vragen, en parallel daaraan werd een scholing voor arbocoördinatoren ontwikkeld.
Het Handboek was en is nog steeds het belangrijkste instrument voor het opzetten van arbobeleid. Hiermee kan elke instelling eigenhandig een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RIE) opstellen en gefaseerd arbobeleid ontwikkelen. In 2003 is een start gemaakt met het ontwikkelen van een digitaal risico-inventarisatie-systeem annex arbohandboek. Begin 2004 is de module voor de productie-risico-inventarisatie en –evaluatie in pilotvorm in gebruik genomen en naar verwachting zal in het voorjaar het systeem worden opgeleverd, waarna ook een module voor de basis-RIE zal worden aangeboden.

Arbodiensten

Een andere klus die de Commissie klaarde was het selecteren van één arbodienst. Aansluiting bij een arbodienst wordt door de Arbowet verplicht gesteld. De Commissie VGWT zocht een arbodienst die specifieke deskundigheid zou bezitten of ontwikkelen op het terrein van de podiumkunsten.
In 1996 werd na intensieve evaluatie van acht arbodiensten besloten een mantelcontract af te sluiten met Arbo Unie, een arbodienst met landelijke dekking (100 vestigingen). Eind 2003 is overigens besloten om per 1 januari 2004 deze mantelovereenkomst te beëindigen.
Toch zijn theaters en gezelschappen om allerlei redenen aangesloten bij verschillende arbodiensten. In het licht van het arboconvenant lijkt het nodig de relatie met de arbodiensten in de toekomst te versterken. Met name de melding en registratie van ziekteverzuim laat op dit moment veel te wensen over. Zonder betrouwbare cijfers over ziekteverzuim is het echter onmogelijk een ziekmakend probleem te herkennen, tenzij het zeer ernstige vormen aanneemt.
In de loop van 2003 is gebleken dat de rol van arbodiensten aan discussie onderhevig is. Dit is ook op politiek niveau gesignaleerd en in 2004 worden dan ook substantiële wijzigingen verwacht in de structuur rond arbodiensten.

Arbocoördinatoren

Nadat tot de sector was doorgedrongen dat ‘arbo moet’, was de periode van 1997 tot 2000 er een van zelfwerkzaamheid en nieuwe initiatieven. Dit resulteerde onder meer in sectorbrede normen voor trappen, ladders en trekkenwanden, de cursussen ‘Fysieke belasting in de theaterbranche’ (beter bekend als de cursus ‘tillen’), de workshop ‘Spelen zonder pijn’ voor musici, enzovoort. Wellicht het belangrijkst van alles is geweest dat honderden arbocoördinatoren zijn aangesteld die in hun organisatie het arbobeleid moeten vormgeven, uitvoeren en controleren. Hij/zij staat voor de vaak lastige en soms eenzame taak de Arbozorg in de dagelijkse praktijk een plek te geven. Een taak die boven op het andere werk is gekomen. In 2004 wordt een nieuwe aanzet gegeven tot het opleiden en faciliteren van arbocoördinatoren, waarbij tevens duidelijk de rol en plaats van de arbocoördinator zal worden toegelicht. Want de eindverantwoordelijkheid blijft bij de directie liggen. De uitvoering van het arbobeleid moet dus een gezamenlijke inspanning zijn.

Naar een meer structurele arbozorg

Voorjaar 1999 constateerde de Commissie VGWT dat haar activiteiten nog te veel een ad hoc karakter hadden. Men wilde toe naar een meer structurele arbozorg binnen de branche, maar dan zou aan enkele voorwaarden voldaan moeten worden, waaronder meer professionele capaciteit, een betere organisatiestructuur en een sterkere financiële basis. De Commissie zag het sluiten van een arboconvenant met het Ministerie van SZW (Sociale Zaken & Werkgelegenheid) als een mogelijkheid die meer structurele en deels extern gefinancierde arbozorg te realiseren. In oktober 1999 verscheen het rapport ‘Voortraject structurele arbozorg theaterbranche’, met als belangrijkste conclusies:
· er is breed draagvlak voor het streven naar structurele arbozorg;
· sommige arbo-issues spelen de komende 5 jaar in alle branches, andere zijn zeer specifiek; een gedifferentieerde aanpak blijft nodig;
· continuïteit is nodig in de samenstelling van de Commissie als branchevertegenwoordiger naar de overheid en platform voor de sector;
· organisatorische verbeteringen: beleidsmatig opereren, opheldering mandaat, creëren van een juridische status, goede werkverdeling, adequate invulling van het secretariaat, en verdere kennisontwikkeling.
· structurele financiering vanuit de branche is gewenst.
Als vervolg hierop werd in maart 2000 een conferentie gehouden, die resulteerde in een definitieve Beleidsnota over de nieuwe organisatiestructuur, de financiering en het arbobeleid voor 2000 – 2004.

ArboPodium

Wat betreft de organisatiestructuur heeft de Commissie VGWT zichzelf in 2001 getransformeerd tot Stichting ArboPodium. Stichting ArboPodium vormt de uitvoerende organisatie, en de oude Commissie VGWT is overgegaan in een Stichtingsraad die het beleid bepaalt en inhoudelijke besluiten neemt.
De twee redenen om Stichting ArboPodium in het leven te roepen waren: professionalisering en juridische status:
· Professionalisering spreekt bijna voor zich. In het licht van het arboconvenant is het noodzakelijk een meerjaren-beleidsplan op te stellen, de organisatie te verbeteren en een orgaan met de uitvoering van het beleid te belasten. De Stichtingsraad kan het beleid nu ook controleren en toetsen. Het sturen van dit soort processen kan onmogelijk gebeuren door individuen of individuele gezelschappen, en zal moeten komen van een centraal orgaan met financiële middelen en beslissingsbevoegdheid.
· De nieuwe Stichting ArboPodium is een lichaam met juridische status dat tevens kan dienen als subsidiekanaal. De oude Commissie VGWT had die juridische status niet. Voordat de overheid een convenant afsluit en substantieel aan de financiering daarvan bijdraagt, wil zij wel duidelijk weten met wie zij in juridische zin te maken heeft.
Het bestuur van Stichting ArboPodium is samengesteld op basis van pariteit tussen werkgevers en werknemers en heeft een onafhankelijke voorzitter. Het bestuur is daarmee een afspiegeling van de feitelijke situatie: werkgevers en werknemers moeten uiteindelijk samen arbobeleid handen en voeten geven.

Kenniscentrum ArboPodium

De uitvoering van het Arboconvenant Podiumkunsten is opgedragen aan het Kenniscentrum ArboPodium. Dit Kenniscentrum houdt zich primair bezig met de doelstellingen van het convenant, maar is daarnaast ook te raadplegen voor overige arbo-zaken.

Arbobeleid in een notendop

Stichting ArboPodium heeft in haar beleid voor de komende jaren een aantal duidelijke prioriteiten gesteld. Voor elk thema is, of wordt, een werkgroep in het leven geroepen met een concreet geformuleerde opdracht, nader uitgewerkte tijdsplanning en financiering.
Hoge prioriteit hebben de arbothema’s:
· vergroten arbobewustzijn;
· fysieke belasting (RSI en tillen);
· arbotaken, -verantwoordelijkheden en
-bevoegdheden (waaronder positie arbocoördinatoren);
· werkdruk;
· sectorspecifieke richtlijnen;
· (schadelijk) geluid;
· vroegtijdige reïntegratie en verzuimbegeleiding;
· samenwerkende werkgevers.
Lagere prioriteit hebben gekregen:
· leeftijdsbewust personeelsbeleid;
· arbeidstijden;
· registratie verzuim, ongevallen, WAO.
Tenslotte zullen activiteiten ontplooid worden ter versterking van de ‘arbokennisinfrastructuur’ van de branche.