Arbeidsrisico’s in de podiumkunsten: wat doen we ertegen !?

Artikel: Taakverdeling in en om de organisatie
Artikel: Wetten, plichten en de arbeidsinspectie
Artikel: Het hele arbotraject nog even op een rijtje
Artikel: Implementatie van arbobeleid
Artikel: Arbeidsrisico’s in de podiumkunsten
Artikel: Als het maar geen arbozorg heet
AanstellingskeuringArbobeleid in de organisatieArbocoördinator en preventiemedewerkerPlan van AanpakProductie risico inventarisatie & evaluatie (PRI&E)Risico inventarisatie & evaluatie (RI&E)Samenwerkende werkgeversVoorlichting en onderrichtWerkdrukArbeidsrisico’s in de podiumkunsten: wat doen we ertegen !?

Uit: Arbo Nieuwsbrief september 2001

Quirien van Ojen en Etienne Lemmens

Om te komen tot een arboconvenant in de podiumkunsten over het terugdringen van de arbeidsrisico’s ‘werkdruk’, ‘fysieke belasting’ en ‘schadelijk geluid’, is in opdracht van de sector (St. Arbopodium) en het ministerie van SZW, onderzoek uitgevoerd door onderzoeks- en adviesbureau Orbis BV. Het onderzoek moest niet alleen inzicht geven in de mate waarin de arbeidsrisico’s in de diverse deelbranches en functiegroepen tot ziekteverzuim leiden, maar moest ook komen met aandachtspunten en suggesties voor maatregelen die de arbeidsrisico’s zouden kunnen verkleinen. Het eindrapport van Orbis verscheen op 18 april 2001. In dit artikel worden aandachtspunten en suggesties voor maatregelen door de auteurs van het rapport besproken.

Bevordering arbobewustzijn

Uit het rapport blijken de arbeidsrisico’s ‘werkdruk’, ‘fysieke belasting’ en ‘schadelijk geluid’ in grote mate voor te komen in de podiumkunsten. Het is dan ook positief dat de sector zich de afgelopen jaren steeds meer bewust is geworden van het belang van goed arbeidsomstandighedenbeleid. De bewustwording en daarmee de actiebereidheid varieert echter sterk per deelsector. Actiebereidheid wordt overigens niet alleen bepaald door het bewustzijnsniveau. Ook andere aspecten spelen een belangrijke rol bij de mate van actiebereidheid. Behalve de financiële ruimte die beschikbaar is, spelen tevens culturele aspecten een grote rol. Er is een cultuur van “aanpakken en niet zeuren”. Een dergelijke cultuur heerst (nog) meer in de deelsectoren poppodia en jazz- en improvisatiemuziekpodia. Ook arbeidsvoorwaarden spelen een rol bij de actiebereidheid om arbeidsomstandighedenbeleid te ontwikkelen. Zo wordt in de sector veel gewerkt met tijdelijke contracten en freelancers.

Kennisbundeling en registratie

Een eerste stap (bijvoorbeeld als onderdeel van het convenanttraject) zou kunnen worden gericht op het uniformeren van ziekteverzuimregistratie en bundeling van kennis en ervaring. Een op te richten kenniscentrum en een mantelcontract met één of twee arbodiensten zouden daarbij kunnen helpen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verplichten van een verzuimprotocol en een verplichte centrale geüniformeerde registratie van verzuim. Als we meer weten over de kern van het probleem, lost dat het probleem nog niet op. We kunnen dan wél gerichter maatregelen nemen en bovendien meten of die maatregelen hebben geholpen. Een risico-inventarisatie per productie kan een handig instrument zijn om gericht arbeidsrisico’s aan te kunnen pakken. Daarvoor dient een werkbaar en effectief model ontwikkeld te worden. Voorwaarde is dat de sector, te weten de deelbranches en individuele werkgevers achter de maatregelen staan (draagvlak) en dat de communicatie en ondersteuning tussen functieniveau’s enerzijds en tussen individuele werkgevers en brancheorganisaties anderzijds, wordt verbeterd.

Maatregelen fysieke belasting

In de praktijk worden vele hulpmiddelen aangeschaft en werkplekken aangepast om de fysieke belasting te verminderen. Zo zijn er verrijdbare personenliften, takels voor geluidsmengtafels, electronisch bediende trekkenwanden, rolwagens, kluitentafels, goederenliften, modulair decoropbouw, enzovoorts. De financiële ruimte vormt overigens wel een groot probleem bij het aanschaffen van hulpmiddelen die de fysieke belasting doen verminderen. Individuele werkgevers kennen nog onvoldoende wegen die naar subsidie leiden en vinden nog teveel het eigen wiel uit. Het aanschaffen van hulpmiddelen of het aanpassen van de werkplek gebeurt nog vaak individueel en ad hoc om de allerergste en onaanvaardbare risico’s te beperken. Brancheorganisaties kunnen een grote rol spelen om kennis toegankelijk te maken, om hulpmiddelen te standaardiseren en om individuele werkgevers voorlichting over subsidiemogelijkheden te geven.

Andere preventieve maatregelen kunnen worden gezocht in voorlichting, opleiding en scholing. Technici en toneelmeesters volgen weliswaar de cursus ‘tillen’, maar onder werkdruk wordt het geleerde snel vergeten. Weliswaar zijn arbeidsomstandigheden onderdeel van de managementopleiding in de kunsten, maar in het algemeen moet structureel meer aandacht worden besteed aan houding, beweging en bewustzijn van risico’s. Bij musici en dansers is de aandacht voor houding en beweging groeiende. Ze worden steeds meer begeleid door fysiotherapeuten en masseurs. Warming up en cooling down gebeuren echter nog te weinig. Veel klachten zijn bijvoorbeeld te voorkomen met gerichte oefeningen en individueel verstelbare stoelen voor musici. Periodiek geneeskundig onderzoek kan blessures bij dansers mogelijk voorkomen. Voor zangers geldt dat nog te weinig wordt gelet op factoren als temperatuur en vochtigheid, ruimte voor inzingen en repetitieschema’s. Wel zijn er voorbeelden van stembandcontroles door KNO-artsen.

Maatregelen werkdruk

Personeelsbeleid kan veel betekenen om werkdruk te verminderen, bijvoorbeeld door duidelijke individuele taakomschrijvingen, door meer waardering voor werknemers uit te spreken, de werknemers zelf meer zeggenschap te geven over roosters en uit te voeren werkzaamheden. Invloed van musici op het artistieke beleid en de programmering, komt niet alleen het werkplezier ten goede, maar doet werkdruk in het algemeen verminderen. Ook voor technici geldt dat de werkdruk vermindert wanneer zij meer zelf kunnen regelen. Personeelsbeleid kan ook de voorwaarden scheppen om mensen breder inzetbaar te maken. Een bredere inzetbaarheid kan de werkdruk beperken.

Voorts besteedt het onderzoeksrapport aandacht aan de opleidingen voor uitvoerende kunstenaars waar nog onvoldoende aandacht wordt besteed aan ‘geestelijke weerbaarheid’.

Aanpassing van de aanvangstijden van voorstellingen en het aanpakken van de scheiding der seizoenen zodat de piekbelasting vermindert, zijn andere mogelijke organisatorische maatregelen die werkdruk zouden kunnen verminderen. Ook een betere afstemming en communicatie tussen toneelmeesters, ontwerpers, hoofden technische diensten en programmerende theaters zou van belang kunnen zijn.

Tenslotte noemen we een gericht ouderenbeleid en outplacement als mogelijke bijdrage aan het verminderen van werkdruk.

Maatregelen schadelijk geluid

De uitgevoerde experimenten om schadelijk geluid te voorkomen, zoals gehoorbeschermers, intercomsystemen en een andere orkestopstelling lijken vooralsnog niet succesvol. Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over het succes van plexiglaswanden tussen orkestleden; betrokkenen zijn echter kritisch. Het lijkt erop dat oplossingen meer gezocht moeten worden in een andere bouw van orkestbakken. Voor de poppodia kan strenger gehandhaafd worden. Omgevingsgeluid wordt minder als schadelijk beschouwd, maar werkt stresserend. Oplossingen hiervoor kunnen worden gezocht in organisatorische dan wel planningstechnische ingrepen.

Slot

Er zijn nog genoeg onbenutte mogelijkheden om arbeidsrisico’s in te dammen. Voorkomen moet worden dat individuele werkgevers én werknemers ieder voor zich het wiel proberen uit te vinden. Hier ligt dan ook een belangrijke en eervolle rol voor brancheorganisaties. Met de ontwikkeling van een arboconvenant is de sector dit pad ingeslagen. Dat draagvlak daarbij onontbeerlijk is, ligt voor de hand. Wettelijke voorschriften en sectorale richtlijnen worden met enige regelmaat vanwege andere prioriteitstelling met voeten getreden. Handhaving kan strenger, maar belangrijker is tegelijkertijd veel meer aandacht te besteden aan de implementatie van regels, normen en richtlijnen. Om in de toekomst een aantrekkelijke sector te blijven voor werknemers, zal daarbij meer moeten worden geïnvesteerd in de gezondheid en het algemeen welbevinden van de werknemer.

Lemmens en Van Ojen zijn beide senior-onderzoekers bij Orbis BV