Arbozorg in de podiumkunsten

Dit deel van de website is gevuld met informatie uit de periode van het convenant. De informatie is opgenomen als naslagwerk, en functioneert derhalve als archief.

Opgelet: de informatie in dit deel van de site wordt vanwege deze archieffunctie niet geactualiseerd bij wijzigende wetgeving!

Artikelen

Op deze pagina vindt u artikelen uit de periode van het arboconvenant. De artikelen zijn als naslag op deze website opgenomen en kunnen gedateerde informatie bevatten.

Artikel: Het hele arbotraject nog even op een rij

Artikel: Wetten, plichten en de arbeidsinpectie

Artikel: Arbozorg in de podiumkunsten

Artikel: Arbeidsrisico’s in de podiumkunsten: wat doen we ertegen!?

Artikel: Ook met een arboconvenant kun je nog doodvallen

Artikel: Een nieuwe norm en een convenant

Artikel: Inspectieronde in de podiumkunsten

Artikel: Taakverdeling in en om de organisatie

Artikel: Beboetbare feiten

Arbozorg in de podiumkunsten

Uit: Reader Arboseminar, juni 2001

 

door Jos van de Haterd

“There is no business like showbusiness”, en dat geldt zeker ook voor de arbeidsomstandigheden in de podiumkunsten. Werken in de podiumkunsten brengt vele arbeidsrisico’s met zich mee. Lange en onregelmatige werkdagen, hoge werkdruk, intensieve lichamelijke belasting, werken op grote hoogte en blootstelling aan extreem hard geluid zijn enkele voorbeelden daarvan. Niet alleen de kunstenaars die op de planken staan, maar ook de werknemers achter de schermen worden veelvuldig met deze risico’s geconfronteerd.

Werkgevers en werknemers worden gedreven door hun passie voor het vak. Zij voelen zich nauw betrokken bij de totstandkoming van een voorstelling, optreden of concert. “The show must go on”, koste wat het kost, en arbozorg speelt dan niet altijd de rol die haar toekomt. Bij de invoering van de Arbowet in 1994 meenden velen zelfs dat de arbeidsomstandigheden in de culturele sector dermate uniek zijn, dat hierop nauwelijks een normale wet of regel van toepassing zou kunnen (of mogen!) zijn.

De Arbeidsinspectie constateerde in 1995 in de theaters, naast fundamentele tekortkomingen op arbogebied, een sterk resultaatgerichte mentaliteit, en “een blinde passie voor het vak”. De kanttekening dat die passie ook verblindend kan werken bij het zien van alternatieve werkmethoden of het onderkennen van risico’s, is anno 2001 nog steeds herkenbaar.

Arbo wordt volwassen

En toch is er sinds 1994 enorm veel bereikt. Arbo staat op de agenda! In de podiumkunsten is een breed besef gegroeid dat arbozorg ons allemaal ‘een zorg moet zijn’. Arbozorg betekent immers meer aandacht voor een optimale en duurzame inzetbaarheid van iedereen die in de branche werkt, of dat nu voor, achter of op het podium is…

Er is meer arbobewustzijn gekomen, meer budget ook. Veel organisaties hebben structurele maatregelen getroffen om de wetgeving uit te voeren. Er zijn honderden arbocoördinatoren aangesteld die minder dan voorheen het gevoel hebben dat ze maar wat aanmodderen – er is een branchespecifieke Risico Inventarisatie & Evaluatie, en er is structurele ondersteuning in de vorm van publiciteit, scholing en cursussen. Er zijn normen ontwikkeld voor trappen, ladders, en trekkenwanden. In de grotere theaters zullen handbediende trekkenwanden boven een bepaalde omvang op termijn verdwijnen.

Zo klein als de sector maatschappelijk gezien is, zo intensief is in de voorbije jaren gewerkt aan het stimuleren van arbobewustzijn, het vertegenwoordigen van de sector bij de overheid, en het implementeren van arbozorg. Een sleutelrol hierin is gespeeld door de Commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn in het Theater (VGWT). Sinds 1994 is deze ‘club vrijwilligers’ de drijvende kracht achter de ontwikkeling van arbozorg in de sector.

Om een meer structurele arbozorg mogelijk te maken heeft de Commissie zich in 2001 getransformeerd tot de Stichting ArboPodium. ArboPodium zal in het najaar van 2001 met de overheid een arboconvenant sluiten met heldere afspraken over de arbodoelstellingen voor de komende jaren. Een nieuwe fase van verbreding, verdieping en professionalisering van arbozorg is daarmee begonnen.

De Commissie VGWT

De Commissie VGWT werd opgericht in 1994 als reactie op het van kracht worden van de Arbowet per 1 januari van dat jaar. Sindsdien heeft de Commissie een steeds bredere basis verworven in de sector. In de Commissie zitten vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en brancheorganisaties uit de deelsectoren dans, muziek, opera, toneel, pop- en jazzpodia, theater- en concertzalen.

Dit unieke samenwerkingsverband heeft ervoor gezorgd dat veel arbozaken sectorbreed zijn aangepakt. De leden die namens de organisaties in de Commissie zitting hebben, hebben mandaat van hun achterban. Dat was indertijd ook een uitdrukkelijke voorwaarde van de Arbeidsinspectie om de Commissie als aanspreekpunt van de sector te accepteren. Intensief contact met de Arbeidsinspectie is een belangrijke functie geweest van de Commissie VGWT.

Daardoor kon de Inspectie naar de sector als geheel kijken zonder individuele organisaties keihard af te rekenen op algemene tekortkomingen. De sector heeft veel speelruimte gekregen om zelf met oplossingen te komen.

Wakker maken

De periode van 1994 tot 1997 was er een van het ‘wakker maken’ van de sector en het scheppen van basisvoorwaarden. Eerst en vooral moest de sector bewust gemaakt worden dat Arbowetgeving ook in de podiumkunsten nageleefd moet worden.

Een mijlpaal was het symposium ‘Hoezo Arbo?’ in december 1995. Na een enquête in 1995 was duidelijk geworden dat onder de leden van de koepelorganisaties zelfs een begin van arbobeleid nog nauwelijks aanwezig was. Het symposium maakte een einde aan veel onwetendheid en onduidelijkheid.

Daarna rees direct de vraag: wat betekent dat concreet, en hoe doen we dat? Het Handboek Arbo- en Verzuimbeleid voor organisaties in de podiumkunsten (1997) gaf antwoord op die vragen, en parallel daaraan werd een scholing voor arbocoördinatoren ontwikkeld.

Het Handboek was en is nog steeds het belangrijkste instrument voor het opzetten van een arbobeleid. Hiermee kan elke instelling eigenhandig een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie opstellen en gefaseerd arbobeleid ontwikkelen. Een werkgroep van de Commissie VGWT (inmiddels: ArboPodium) werkt momenteel druk aan een update van het handboek. Het zal een centrale rol blijven spelen in de theaters en schouwburgen, en zal tevens een model bevatten voor een Productie Risico Inventarisatie en Evaluatie voor theatergezelschappen. Dat dit in zo’n gedifferentieerde sector niet eenvoudig is, mag blijken uit het volgende citaat (Zichtlijnen jan. 2001): “Het is aan de Commissie VGWT om een aanpak te ontwikkelen die niet alleen aan de wettelijke verplichting beantwoordt, maar ook uitvoerbaar is. Ook voor gezelschappen waar de techniek door één technicus wordt verzorgd.” Naar verwachting zal een model RI&E ontwikkeld worden met een hoge mate van zelfwerkzaamheid, zodat de gezelschappen zo veel mogelijk zelf kunnen doen en de externe kosten (Arbodienst) zo beperkt mogelijk blijven.

Arbodiensten

Een andere klus die de Commissie klaarde was het selecteren van één arbodienst. Aansluiting bij een arbodienst wordt door de Arbowet verplicht gesteld. De Commissie VGWT zocht een arbodienst die specifieke deskundigheid zou bezitten of ontwikkelen op het terrein van de podiumkunsten.

In 1996 werd na intensieve evaluatie van acht arbodiensten besloten een mantelcontract af te sluiten met Arbo Unie, een arbodienst met landelijke dekking (100 vestigingen). Vast staat dat de samenwerking met Arbo Unie veel heeft opgeleverd, waaronder het bovengenoemde Arbo Handboek.

Toch zijn theaters en gezelschappen om allerlei redenen aangesloten bij verschillende arbodiensten. Een overzicht daarvan is niet voorhanden. In het licht van het arboconvenant lijkt het nodig de relatie met de arbodiensten in de toekomst te versterken. Met name de aanmelding van ziekteverzuim laat op dit moment veel te wensen over. Zonder betrouwbare cijfers over ziekteverzuim is het echter onmogelijk een ziekmakend probleem te herkennen, tenzij het zeer ernstige vormen aanneemt.

Arbocoördinatoren

Nadat tot de sector was doorgedrongen ‘arbo moet’, was de periode van 1997 tot 2000 er een van zelfwerkzaamheid en nieuwe initiatieven. Dit resulteerde onder meer in sectorbrede normen voor trappen, ladders en trekkenwanden, de cursussen ‘Fysieke belasting in de theaterbranche’ (beter bekend als de cursus ’tillen’), de workshop ‘Spelen zonder pijn’ voor musici, enzovoort. Wellicht het belangrijkst van alles is geweest dat honderden arbocoördinatoren zijn aangesteld die in hun organisatie het arbobeleid moeten vormgeven, uitvoeren en controleren. Hij/zij staat voor de vaak lastige en soms eenzame taak de Arbozorg in de dagelijkse praktijk een plek te geven. Een taak die boven op het andere werk is gekomen.

Hij/zij moet de wet- en regelgeving kennen (of weten te vinden), arbobeleid opzetten, een beleidsplan maken en concrete acties kunnen stimuleren en coördineren. Dat alles betekent ook dat een arbocoördinator vooral over draagvlak binnen de organisatie moet beschikken. Actieve steun van de organisatie, met name de directie, is onontbeerlijk voor een goed arbobeleid. Helaas is die steun niet altijd aanwezig. De programmering of de productie krijgen nog vaak de hoogste prioriteit. “Het is nog altijd mogelijk dat er om artistieke of praktische redenen dingen bedacht worden die eigenlijk onverantwoord zijn. (…) Maar welke Arbocoördinator durft het aan om uit veiligheidsoverwegingen een eigen voorstelling te schrappen?” vroeg voorzitter Jan Bunnik van de Commissie VGWT in Zichtlijnen (1998).

Toch kunnen resultaten op het gebied van veiligheid, welzijn en gezondheid alleen worden gerealiseerd in de instellingen zelf, in de dagelijkse praktijk, op de werkvloer. De arbocoördinatoren vervullen daarin een sleutelrol. Voor verbetering van de arbozorg in de sector is het verbeteren van de positie, de kennis, en het enthousiasme van de arbocoördinatoren waarschijnlijk de meest cruciale factor.

Naar een meer structurele arbozorg

Voorjaar 1999 constateerde de Commissie VGWT dat haar activiteiten nog te veel een ad hoc karakter hadden. Men wilde toe naar een meer structurele arbozorg binnen de branche, maar dan zou aan enkele voorwaarden voldaan moeten worden, waaronder meer professionele capaciteit, een betere organisatiestructuur en een sterkere financiële basis. De Commissie zag het sluiten van een arboconvenant met het Ministerie van SZ&W als een mogelijkheid die meer structurele en deels extern gefinancierde arbozorg te realiseren. In oktober 1999 verscheen het rapport ‘Voortraject structurele arbozorg theaterbranche’, met als belangrijkste conclusies:

* Er is breed draagvlak voor het streven naar structurele arbozorg.
* Sommige arbo-issues spelen de komende 5 jaar in alle branches, andere zijn zeer specifiek. Een gedifferentieerde aanpak blijft nodig.
* Continuïteit is nodig in de samenstelling van de Commissie als branchevertegenwoordiger naar de overheid en platform voor de sector.
* Organisatorische verbeteringen: beleidsmatig opereren, opheldering mandaat, creëren van een juridische status, goede werkverdeling, adequate invulling van het secretariaat, en verdere kennisontwikkeling.
* Structurele financiering vanuit de branche is gewenst.

Als vervolg hierop werd in maart 2000 een conferentie gehouden, die resulteerde in een definitieve Beleidsnota over de nieuwe organisatiestructuur, de financiering en het arbobeleid voor 2000 – 2004.

ArboPodium

Wat betreft de organisatiestructuur heeft de Commissie VGWT zichzelf in 2001 getransformeerd tot Stichting ArboPodium. Stichting ArboPodium vormt de uitvoerende organisatie, en de oude Commissie VGWT functioneert als de Stichtingsraad die het beleid bepaalt en inhoudelijke besluiten neemt. Het secretariaat is voorlopig ondergebracht bij de VNT.

De twee redenen om Stichting ArboPodium in het leven te roepen waren: professionalisering en juridische status.

Professionalisering spreekt bijna voor zich. In het licht van het arboconvenant is het noodzakelijk een meerjaren beleidsplan op te stellen, de organisatie te verbeteren en een orgaan met de uitvoering van het beleid te belasten. De Stichtingsraad kan het beleid nu ook controleren en toetsen. Het sturen van dit soort processen kan onmogelijk gebeuren door individuen of individuele gezelschappen, en zal moeten komen van een centraal orgaan met financiële middelen en beslissingsbevoegdheid.

De nieuwe Stichting ArboPodium is een lichaam met juridische status dat tevens kan dienen als subsidiekanaal. De oude Commissie VGWT had die juridische status niet. Voordat de overheid een convenant afsluit en substantieel aan de financiering daarvan bijdraagt, wil zij wel duidelijk weten met wie zij in juridische zin te maken heeft.

Het bestuur van Stichting ArboPodium is samengesteld op basis van pariteit tussen werkgevers en werknemers en heeft een onafhankelijke voorzitter. Het bestuur is daarmee een afspiegeling van de feitelijke situatie: werkgevers en werknemers moeten uiteindelijk samen arbobeleid handen en voeten geven.

Arbobeleid in een notendop

Stichting ArboPodium heeft in haar beleid voor de komende jaren een aantal duidelijke prioriteiten gesteld. Voor elk thema is een werkgroep in het leven geroepen met een concreet geformuleerde opdracht, nader uitgewerkte tijdsplanning en financiering.

Hoge prioriteit hebben de arbothema’s:

* Vergroten arbobewustzijn
* Fysieke belasting (RSI en tillen)
* Arbotaken, -verantwoordelijkheden en
-bevoegdheden (waaronder positie arbocoördinatoren).
* Werkdruk
* Branchenormering
* (Schadelijk) geluid
* Vroegtijdige reïntegratie en verzuimbegeleiding
* Samenwerkende werkgevers.

Lagere prioriteit hebben gekregen:

* Leeftijdsbewust personeelsbeleid
* ArbeidstijdenRegistratie verzuim, ongevallen, WAO

Tenslotte zullen activiteiten ontplooid worden ter versterking van de ‘arbokennisinfrastructuur’ van de branche, met als prioriteiten:

* Arbokennis-bundeling, handboek en -helpdesk
* Arboscholing.
* Arboconvenant

ArboPodium zal in 2002 een arboconvenant sluiten met de overheid (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen). Hierin worden meerjarige afspraken opgenomen over vier van de bovengenoemde thema’s met hoge prioriteit: het verminderen van de arbeidsrisico’s fysieke belasting, werkdruk, en schadelijk geluid, en afspraken over vroegtijdige reïntegratie van zieke werknemers.

Fysieke belasting geldt als een groot arbeidsrisico in de sector. Het gaat onder meer om RSI, tillen, langdurig staan/zitten, klimaat, kleine ruimten, klimmen, en belasten van gewrichten.

Werkdruk wordt in het arbobeleidsplan omschreven als een ‘diffuus probleem met allerlei oorzaken’. Iedereen kent de problematiek van tijdsdruk, onwrikbare deadlines en de prestatiedruk voor artiesten.

Schadelijk geluid is een ernstig probleem voor musici in de orkesten en werknemers van pop- en jazzpodia. Het arbobeleidsplan omschrijft het kernprobleem als ‘een gebrek aan kennis bij brancheleden over de risico’s, gezondheidseffecten en oplossingen voor hoge geluidsbelasting, en weerstand om maatregelen te nemen”.

Het issue ‘vroegtijdige reïntegratie van zieke werknemers’ moet nog nader uitgewerkt worden. Wel kan vastgesteld worden dat niet alle ziekteverzuim in de branche ook werkelijk geregistreerd wordt.

De afspraken in het convenant zijn zo concreet mogelijk geformuleerd. Dus niet: “partijen streven naar het terugdringen van fysieke belasting”, maar “partijen stellen zich ten doel de risicopopulatie met betrekking tot fysieke belasting (waaronder in elk geval RSI en Tillen) uiterlijk op […invullen datum…] te reduceren tot […invullen percentage…] %. Om te kunnen bepalen met welk percentage je een probleem wilt reduceren, moet eerst de omvang van het probleem bekend zijn. Daartoe is door adviesbureau Orbis een onderzoek verricht, dat elders in deze reader wordt besproken.

Het echte werk

In de jaren negentig is het fundament gelegd voor arbozorg in de podiumkunsten. Na een aanvankelijke cultuurschok, volgde langzaam een cultuuromslag. De komende jaren zullen in het teken staan van het implementeren van de convenantsafspraken in de organisaties. Lippendienst bewijzen aan arbo volstaat niet meer, want de overheid zal de hele sector aan het convenant houden. Voorwaarden voor succes zijn draagvlak en financiering. Zonder draagvlak komt nergens iets van terecht, en zonder geld is niets mogelijk. Tijd, geld en menskracht zullen moeten worden vrijgemaakt. Dan kan arbozorg echt van de grond komen.